Na een gezellig weekje was het tijd om afscheid te nemen van Leonie en Agnes op het vliegveld. Agnes vloog weer terug naar Nederland en wij gingen met een klein vliegtuigje naar het plaatsje Mfuwe vanwaar het nog zo'n 2.5 uur rijden was naar onze eerste lodge,
Tafika. We werden hartelijk welkom geheten door de eigenaars en de gidsen en konden gelijk aanschuiven voor een heerlijke lunch. Het leven in de bush kon beginnen! Ons onderkomen was een vnl uit riet opgestrokken hut, met douche in de open lucht. Het is niet elke dag dat je een douche kan nemen onder de sterren dus dat was volop genieten.


Het nieuwe dagritme was wel even slikken: opstaan om 5.30 's ochtends! Dat dat nodig is bleek echter wel snel, want om 8.00 staat de zon al behoorlijk te branden. Elke dag bestond uit een morning drive en een night drive waarbij je in een open landrover door het park rijdt. We waren helemaal alleen in het gebied, wat een verademing was vergeleken met Tanzania. Ook werd onze wens om die andere Leo te zien snel ingewilligd.

Naast deze imposante dieren zagen we vooral veel giraffes, antilopes, olifanten, nijplaarden en buffalo's. Vooral de nijlpaarden zijn erg grappig met hun maffe bromgeluidjes, constant gesmak wat je goed hoort als je in je hut in bed ligt (ze eten de hele nacht door) en hun koddig loopje wat overigens best snel is voor zo'n log beest.


We hoopten ook nog een luipaard te zien, wat best lastig is omdat ze erg schuw zijn. Op de laatste night drive kwam deze wens toch nog uit:

Wat we ook leerden is dat de eigenaren van de lodge een dorpje sponsoren en onder andere ervoor gezorgd hebben dat de school genoeg leraren heeft (het is moeilijk om leraren te krijgen omdat deze niet naar zo'n verre locatie willen verhuizen), het dorpje een moderne medische kliniek kreeg en zorgen ze voor banen en opleidingen voor de mensen die daar van school komen. Erg nuttig natuurlijk, maar ook wel jammer dat het zo moet - je zou toch denken dat het vele geld dat in de zakken van de corrupte Zambiaanse politici verdwijnt beter daar besteed kan worden. Nu lijken ze nog steeds grotendeels afhankelijk te zijn van blanken.
In ieder geval vonden wij het wel interessant om een kijkje te nemen bij het dorp. We hadden een gesprek met de hoofdmeester van de school, er werden dansjes opgevoerd en de kinderen werden lyrisch als je een foto van ze nam. Het jammere is dat je zo ongeveer als een popster wordt behandeld, wat ons allebei nogal ongemakkelijk maakte en oprechte interactie zo ongeveer onmogelijk maakt.

Het tweede deel van onze safari bestond uit wandeltochten. Hier leerden we vooral veel over de omgeving, de bomen, het landschap en konden we ook wat dichterbij de vogels komen. Er waren wel minder dieren te zien, wat ook onze gidsen enigzins verbaasde.

Dat mocht echter de pret niet drukken, de wandelingen zelf zijn al relaxed genoeg. Moe maar voldaan keerden we terug in druk Londen (wat een lichtelijke schok was).