York heeft een rijke historie, wat zich alleen uit in de namen. De Romeinen die het stichtten noemden het Eboracum, daarna namen de Angelen de stad over en verbasterden het tot Eoforwic. Vervolgens werden die op hun buurt onder de voet gelopen door de Vikingen die er Jorvik van maakten, en toen die verjaagd waren toen de Normandiërs werd het uiteindelijk York. Omdat na die tijd de invloed van de stad langzaam maar zeker steeds tanende was, en de industriële revolutie er grotendeels aan voorbij ging, staat ze tjokvol met oude gebouwen.


Belangrijkste daarvan is de Minster (kathedraal), die overal boven uit torent. Van bovenop de toren heb je een mooi uitzicht op de oude vakwerkhuisjes en de stadsmuur. Vrij uniek staat zo'n 90% van die muur er nog, inclusief allerlei poorten en bolwerken. Je kunt dus een mooie rondwandeling maken over de muren. Wel raar dat je dan over een ongeveer 1000 jaar oude muur loopt, pal naast een lelijk jaren 60 'estate'. Gewoon door de oude straatjes en steegjes slenteren is heerlijk, maar er zijn ook genoeg musea om je te vermaken als het regent. Wij hadden mazzel met het weer, alleen maandag regende. Dus gingen we naar het Jorvik museum, wat tot onze verrassing meer een kruising was tussen een pretpark en een museum, maar wel leuk. We kunnen dus stellen: we ♥ York!





















